In een straat van huisje, voortuintje en elk een eigen parkeerplaats voor de deur, woonde tot voor kort een vriend. Parkeren was voor hem nooit een probleem. Was de parkeerplaats voor zijn huis bezet, dan parkeerde hij naast zijn huis in een van de parkeerplaatsen in de zijstraat.
Enig nadeel was, dat hij vandaar minder zicht op zijn auto had. Dat zijn linkerbuurman diens tweede auto consequent op de parkeerplaats voor het huis van mijn vriend zette, vond deze vriend alleen vagelijk irritant. Algauw vond hij het zelfs leuk. Hij ontdekte dat, wanneer de parkeerplaats voor zijn huis toevallig of per ongeluk door een wildvreemd voertuig werd ingenomen –en dit voertuig later wegreed -de linkerbuurman meteen uit huis kwam om met zijn tweede auto de parkeerplaats te bezetten. Leuk om naar te kijken, wanneer de situatie zich voordeed en je het bij toeval zag. De vrouw van mijn vriend had in de slaapkamer aan de straatzijde haar werkkamer en zij was vanaf die ereloge geregeld getuige van het naarstig bezetten van de parkeerplaats. Het leek wel of buurman zijn tijd er graag aan besteedde. Daarnaast bleek de linkerbuurman in de loop der tijden geen prettige buur. Zijn feestjes gingen vaak uiterst rumoerig door tot ver na middernacht. In een straat waar naast de vrouwen ook het gros van de mannen een dagtaak hebben, werd een dergelijke verstoring van de nachtrust matig gewaardeerd. Zodoende resulteerde het burengerucht in buren die tijdens de middernachtelijke feesten bij buurman aanbelden. Daar kregen zij steevast een grote mond en de mededeling dat de bewoner van het huis in zijn eigen huis was en daarom zelf zou uitmaken wat hij in zijn eigen huis zou doen. In aansluiting hierop verscheen de politie, die in de loop der tijden tot twee keer toe de geluidsinstallatie had ingevorderd.
Echt populair was de buurman niet. Andere buren, veelal kleine zelfstandigen met diverse bedrijfjes, sprongen regelmatig bij elkaar bij.
Ze hadden er geen probleem mee, de buurman links te laten liggen.
Toen kon de achttienjarige zoon van mijn vriend bij een openbare verkoop bij de Domeinen een vrachtwagen kopen voor een ontstellend laag bedrag. Een echt opknappertje, ook al werd besloten de
groenbruine camouflagebeschildering te handhaven. Voor de zoon en zijn vrienden was het in optima forma brengen van het kavalje geen probleem; ze hadden allen hun papieren voor automonteur op zak. Het duurde even voor linkerbuur wegreed, maar toen kwam de parkeerplaats voor het huis van mijn vriend vrij voor de vrachtwagen. Vanaf haar post belde de moeder de kornuiten en even later stond de aanwinst op zijn plaats. De linkerbuurman zou voortaan zijn tweede auto in de zijstraat moeten parkeren. Want de vrachtwagen stond en bleef staan. De eerste tijd zagen vriend, vrouw en zoon hun buurman en diens zoon regelmatig bij de vrachtwagen staan kijken en praten. Ze melden zich niet en keerden onverrichtterzake naar hun eigen oprit terug.
Nog een keer kwam de parkeerplaats vrij. De zoon van mijn vriend kwam ’s ochtend om drie uur vroeg thuis en besloot met twee kameraden een blokje om te rijden. Ze reden een krap blokje en keerden binnen vijf minuten terug naar hun eigen parkeerplaats.
De buurman stond buiten, bij zijn auto. Hij stond in pyjama met een haastig overgeschoten regenjas en de autosleutels in zijn hand, klaar om zijn tweede auto op de parkeerplaats te deponeren. Met afgezakte schouders keerde hij in zijn woning terug. De avond daarop was er elders in de straat een verjaardag en zorgde mijn vriend dat het gegniffel niet van de lucht was.
(zie ook andere columns op www.macberlijn.nl en www.vitaal.nl)
Reacties