Spitsroede
Berend kun je er goed bij hebben en zeker bij zijn negen kameraden. Vijf zijn er zestien jaar, vijf zeventien. Acht kuiven zijn blond tot witblond, twee zijn rossig krulhaar. De kameraden zijn wat rumoerig tijdens de excursie in Slot Auerhahn. Jacqueline, de enthousiaste rondleidster van de plaatselijke Oudheidkamer is net vijfentwintig en gezegend met wat de Duitse heren ‘een kurvenreiche Strecke’ noemen.De tien kameraden, jonge honden, hebben daar nauwelijks oog voor. Wel volgen zij uitleg en aanwijzing van Jacqueline en geven er onderling commentaar op. Dit leidt tot gegiechel, gegrinnik en hardop gefluister. De hoofden van de rest van het rond te leiden gezelschap keren zich herhaalde malen om . Er tekent zich ergernis af. Die blikken worden genegeerd of worden niet opgevangen. Jacqueline merkt dat de aandacht voor haar uitleg wegvalt. Berend is op dat moment het meest luidruchtig. Jacqueline kijkt hem aan en maakt een opmerking over leeghoofdigheid en de directe samenhang met desinteresse. Ze richt zich daarbij over de hoofden van het gezelschap direct tot Berend. Het is een belangstelling die Berend niet verwacht en die hem evenmin bevalt. Om een gevat weerwoord zit hij meestal niet verlegen, maar dit keer schiet hem niets te binnen. Hij overlegt fluisterend met zijn kameraden. De naar elkaar toegewende jongenskoppen richten zich op, met een vage glimlach rond hun mond. Tien uiterst geïnteresseerde koppen wenden zich vanaf de achterste rij naar Jacqueline. Zij hebben ineens een intense belangstelling voor de rondleiding van Jacqueline. Even glimlacht ze, wanneer haar blikken die van het groepje kruisen. Dat voelt ze het. De intense blikken gelden niet haar uitleg of haar persoon. De blikken fixeren zich op haar stevige borsten, die zich vrij onder haar shirt bewegen. Ze voelt hoe de blikken haar boezem volgen. Hoe ze ook keert, de blikken rusten strak op haar pronte borstenpaar. De lippen van het tiental bewegen nauwelijks zichtbaar mee met haar verhaal, Of mummelen de monden met de strakke bovenlippen toch iets anders? Haar aandacht ligt compleet bij de tien paar starende ogen en mummelende monden. Zij verspreekt zich en raakt steeds opnieuw de draad van haar betoog kwijt. Bij elke halte waar wat te vertellen valt tijdens de wandeling door de vesting, kijkt ze in tien paar ogen die haar tepels fixeren. De monden blijven mummelen. De gezichten van de rest van het gezelschap ziet ze niet. Vragen weet ze niet te beantwoorden, ze komt er niet uit of negeert ze. Haar tempo verhoogt, zij verkort de route en keert versneld terug naar het beginpunt. Ter afsluiting krijgt ze van elke deelnemer een fooi en van de tien knapen een stevige handdruk en een brede grijns.