Vrijdag, 27 januari 2012
Worp
’t Stro omarmt lam en ooi in dit uur,
doorweekt en vloeit in het hooi,
die verdorde geur van weide.
Moe van innerlijk omarmen verlaat
warmte de ooi trilt nat en rilt na,
baart ijl geblaat en gemekker.
’t Leeft, kleeft en roomt stil de kilte.
Terwijl nageboorte nog krampt,
versmalt vruchtwater haar stroom.
doorweekt en vloeit in het hooi,
die verdorde geur van weide.
Moe van innerlijk omarmen verlaat
warmte de ooi trilt nat en rilt na,
baart ijl geblaat en gemekker.
’t Leeft, kleeft en roomt stil de kilte.
Terwijl nageboorte nog krampt,
versmalt vruchtwater haar stroom.
Woensdag, 25 januari 2012
BLOTTOMOTTO 25 JANUARI 2012
Muziekhistorie
‘Penis?’, vroeg Johann Sebastiaan Bach, ‘in mijn tijd en land heette zoiets gewoon Händel.’
‘Penis?’, vroeg Johann Sebastiaan Bach, ‘in mijn tijd en land heette zoiets gewoon Händel.’
Dinsdag, 24 januari 2012
Voor de rijpere jeugd
Onder strengen en kluwen voorbehoud schikt
het de commissie ons toegang tot het sleutelgat
te verschaffen welke elke verwelkte schedel
blikken gunt op de spleet tussen twee meloenen
van vrouwenbillen.Mocht onderwijl begeerte
gloeien, dan behoort deze tot verval van zeden.
Voor sommigen betekent dit aanbod: verdergaan?
Anderen vinden baat bij het knikken van knieën;
zo sluiten veel van ons zich voor perspectieven af
en begrenst het staren voor anderen hun leegte.
het de commissie ons toegang tot het sleutelgat
te verschaffen welke elke verwelkte schedel
blikken gunt op de spleet tussen twee meloenen
van vrouwenbillen.Mocht onderwijl begeerte
gloeien, dan behoort deze tot verval van zeden.
Voor sommigen betekent dit aanbod: verdergaan?
Anderen vinden baat bij het knikken van knieën;
zo sluiten veel van ons zich voor perspectieven af
en begrenst het staren voor anderen hun leegte.
BLOTTOMOTTO 24 JANUARI 2012
Teleurstelling
Volgens de stelling die mijn neef in de Kop van Noord Holland steeds weer ten gehore bracht, zou je zien dat vlak na zijn overlijden de juiste medicijn en behandeling tegen zijn ziekte zou worden gevonden. Dat klopte, want acht maanden na zijn crematie kwam er inderdaad een effectief middel en behandeling tegen de ziekte waaraan neef langdurig had geleden. Bij leven had neef gelijk en daarom had neef het nakijken.
Volgens de stelling die mijn neef in de Kop van Noord Holland steeds weer ten gehore bracht, zou je zien dat vlak na zijn overlijden de juiste medicijn en behandeling tegen zijn ziekte zou worden gevonden. Dat klopte, want acht maanden na zijn crematie kwam er inderdaad een effectief middel en behandeling tegen de ziekte waaraan neef langdurig had geleden. Bij leven had neef gelijk en daarom had neef het nakijken.
Maandag, 23 januari 2012
BLOTTOMOTTO 23 JANUARI 2012
Mannenmode
Figuren met onderkaak, torso en herseninhoud van een gorilla komen ongeschoren en doorgefeest uit de berm in kledij waar ze kennelijk al weken in leven en slapen, dat zijn de mannetjes die de wijfjes als de ideale zaaddonoren voor de toekomstige generatie zien.
Figuren met onderkaak, torso en herseninhoud van een gorilla komen ongeschoren en doorgefeest uit de berm in kledij waar ze kennelijk al weken in leven en slapen, dat zijn de mannetjes die de wijfjes als de ideale zaaddonoren voor de toekomstige generatie zien.
Johnny Otis, 28 december 1921 – 17 januari 2012
Met een naam als Ioannis Alexandres Veliotes kom je niet ver in de Amerikaanse showbusiness, daarom werd het al in een vroeg stadium van zijn carrière Johnny Otis. Deze bandleider specialiseerde zich kort na W.O.II richting rhtyhm and blues. Vanaf de jaren dertig had hij als drummer bij diverse swingbands gespeeld, waaronder Harlan Leonard’s Rockets. In 1945 formeerde hij zijn eigen big band. Hoewel deze al snel succes had, onder meer met de versie van Harlem Nocturne, reduceerde Otis, net als vele andere bigbandformaties de gelederen en ging verder als een uitgebreid combo met diverse vocale attracties. Zelf hanteerde hij van tijd tot tijd de drums, de vibrafoon, de piano en zong hij zeker niet onverdienstelijk. Zijn formatie die hij presenteerde als The Johnny Otis Show, scoorde de ene rhtythm and blues hit na de andere, steeds met wisselende solisten. Genres die aan rhtythm and blues grensden, zoals blues, rock &roll, doo-wop en jazz werden niet geschuwd. De waslijst van Johnny Otis’ activiteiten reikt van zanger, musicus, disc-jockey, componist, arrangeur, platenproducent, talent scout, impresario tot aan pastoor toe. Californië was zijn thuisbasis. Hij werd in Vallejo, Californië geboren en stierf op 17 januari 2012 op 90-jarige leeftijd in Los Angeles. Zijn ouders waren Griekse immigranten, zijn jongere broer Nicholas bracht het tot ambassadeur voor de VS in Jordanië en in Egypte.
Hoewel blank, lag de voorkeur van Otis’ levensstijl vooral bij die van de zwarte gemeenschap, getuige zijn uitspraak: ‘As a kid I decided that if our society dictated that one had to be black or white, I would be black.’
Vanaf 1945 speelde de Johnny Otis Big Band als begeleidingsband bij rhtyhm and blues toppers als Wynonie Harris en Charles Brown. In 1947 opende hij samen met toenmalig zakenpartner Bardu Ali The Barrelhouse Club in het Watts district van Los Angeles, California. Otis reduceerde de grootte van zijn formatie en huurde vocalisten als Mel Walker, Little Esther Phillips en The Robins in. Hij ontdekte teenager Esther Phillips, toen deze een van de talentenshows in zijn Barrelhouse Club won. Met zijn band, die toen onder de naam The California Rhythm and Blues Caravan door de VS toerde, had Otis een hele rij hits gedurende vijftiger jaren. In de late veertiger jaren ontdekte hij tenorsaxofonist Big Jay McNeely, die excelleerde op ‘Barrelhouse Stomp’. In die periode nam hij voor diverse platenlabels op, opnamen die allen hun plaats aan de top van de rhtythm and blues charts wisten te vinden, zoals ‘Double Crossing Blues’, ‘Mistrustin' Blues’ en ‘Cupid Boogie’. Ofwel Little Esther Phillips ofwel Mel Walker, of beiden, ze haalden de no. 1 van de Billboard R&B chart. Zelf begon Otis vibrafoon te spelen op veel van de opnamen waar hij bij betrokken was. Bij de wisseling van het Savoy label naar het Mercury label in 1951 zakte zijn succes enigszins in, maar hij ontdekte de recent overleden Etta James en produceerde haar eerste grote hit ‘Roll With Me, Henry’. Otis deed ook de productie van de eerste en originele opname van ‘Hound Dog’ , geschreven door Jerry Leiber en Mike Stoller en gezongen door Big Mama Thornton. Van alle versies die in 1953 van deze song verschenen, stond hij als medeauteur vermeld. Zijn eigen composities bleken succesvol; zo werd ‘Every Beat of My Heart’, eerst door The Royals in 1952 opgenomen, maar werd pas een hit voor Gladys Knight and the Pips in 1961. Voor het rhtythm and blues label King ontdekte hij Jackie Wilson, Hank Ballard en Little Willie John. Daarnaast had hij enige invloed als disc-jockey in Los Angeles. In 1955 begon hij zijn eigen platenlabel Dig en ging door met optreden, vanaf 1957 met name in TV shows in Los Angeles. Op basis van dit commerciële succes kreeg hij een contract bij Capitol Records. Met als voornaamste soliste Marie Adams, en een band die nu The Johnny Otis Show werd genoemd, maakte hij een comeback, eerst in de Engelse hitlijsten met ‘Ma He's Making Eyes At Me’ in 1957. In April 1958 nam hij zijn bekendste succes op: ‘Willie and the Hand Jive’, waarvan hijzelf meende dat de tekst refereerde aan de handbewegingen die op de maat van de muziek werden gemaakt, oftewel ‘the hand jive’. Het was een hit in de zomer van 1958 en werd in 1974 door Eric Clapton opnieuw opgenomen.
In 1961 ging Otis weer terug naar het King label en produceerde hij onder meer opnamen van Johnny ‘Guitar’ Watson. Om de kachel te kunnen laten branden bracht hij in 1969 een langspeler op de markt met seksueel expliciete nummers, ‘Snatch and the Poontangs’. In 1970 trad hij op tijdens het legendarische Monterey Jazz Festival, samen met Little Esther Phillips en Eddie "Cleanhead" Vinson. In de tachtiger jaren was Otis disc-jockey in Los Angeles en maakte hij opnamen met zijn zoon Shuggie Otis. Dit resulteerde in 1982 in het album The New Johnny Otis Show.
Geleidelijk ging het met zijn gezondheid bergafwaarts. Nadat hij begin negentiger jaren eerst buiten Los Angeles een boerderij annex club en een kerk runde, keerde hij rond de eeuwwisseling naar Los Angeles terug.Daar overleed hij afgelopen dinsdag op negentigjarige leeftijd.
C.P. Vincentius
Hoewel blank, lag de voorkeur van Otis’ levensstijl vooral bij die van de zwarte gemeenschap, getuige zijn uitspraak: ‘As a kid I decided that if our society dictated that one had to be black or white, I would be black.’
Vanaf 1945 speelde de Johnny Otis Big Band als begeleidingsband bij rhtyhm and blues toppers als Wynonie Harris en Charles Brown. In 1947 opende hij samen met toenmalig zakenpartner Bardu Ali The Barrelhouse Club in het Watts district van Los Angeles, California. Otis reduceerde de grootte van zijn formatie en huurde vocalisten als Mel Walker, Little Esther Phillips en The Robins in. Hij ontdekte teenager Esther Phillips, toen deze een van de talentenshows in zijn Barrelhouse Club won. Met zijn band, die toen onder de naam The California Rhythm and Blues Caravan door de VS toerde, had Otis een hele rij hits gedurende vijftiger jaren. In de late veertiger jaren ontdekte hij tenorsaxofonist Big Jay McNeely, die excelleerde op ‘Barrelhouse Stomp’. In die periode nam hij voor diverse platenlabels op, opnamen die allen hun plaats aan de top van de rhtythm and blues charts wisten te vinden, zoals ‘Double Crossing Blues’, ‘Mistrustin' Blues’ en ‘Cupid Boogie’. Ofwel Little Esther Phillips ofwel Mel Walker, of beiden, ze haalden de no. 1 van de Billboard R&B chart. Zelf begon Otis vibrafoon te spelen op veel van de opnamen waar hij bij betrokken was. Bij de wisseling van het Savoy label naar het Mercury label in 1951 zakte zijn succes enigszins in, maar hij ontdekte de recent overleden Etta James en produceerde haar eerste grote hit ‘Roll With Me, Henry’. Otis deed ook de productie van de eerste en originele opname van ‘Hound Dog’ , geschreven door Jerry Leiber en Mike Stoller en gezongen door Big Mama Thornton. Van alle versies die in 1953 van deze song verschenen, stond hij als medeauteur vermeld. Zijn eigen composities bleken succesvol; zo werd ‘Every Beat of My Heart’, eerst door The Royals in 1952 opgenomen, maar werd pas een hit voor Gladys Knight and the Pips in 1961. Voor het rhtythm and blues label King ontdekte hij Jackie Wilson, Hank Ballard en Little Willie John. Daarnaast had hij enige invloed als disc-jockey in Los Angeles. In 1955 begon hij zijn eigen platenlabel Dig en ging door met optreden, vanaf 1957 met name in TV shows in Los Angeles. Op basis van dit commerciële succes kreeg hij een contract bij Capitol Records. Met als voornaamste soliste Marie Adams, en een band die nu The Johnny Otis Show werd genoemd, maakte hij een comeback, eerst in de Engelse hitlijsten met ‘Ma He's Making Eyes At Me’ in 1957. In April 1958 nam hij zijn bekendste succes op: ‘Willie and the Hand Jive’, waarvan hijzelf meende dat de tekst refereerde aan de handbewegingen die op de maat van de muziek werden gemaakt, oftewel ‘the hand jive’. Het was een hit in de zomer van 1958 en werd in 1974 door Eric Clapton opnieuw opgenomen.
In 1961 ging Otis weer terug naar het King label en produceerde hij onder meer opnamen van Johnny ‘Guitar’ Watson. Om de kachel te kunnen laten branden bracht hij in 1969 een langspeler op de markt met seksueel expliciete nummers, ‘Snatch and the Poontangs’. In 1970 trad hij op tijdens het legendarische Monterey Jazz Festival, samen met Little Esther Phillips en Eddie "Cleanhead" Vinson. In de tachtiger jaren was Otis disc-jockey in Los Angeles en maakte hij opnamen met zijn zoon Shuggie Otis. Dit resulteerde in 1982 in het album The New Johnny Otis Show.
Geleidelijk ging het met zijn gezondheid bergafwaarts. Nadat hij begin negentiger jaren eerst buiten Los Angeles een boerderij annex club en een kerk runde, keerde hij rond de eeuwwisseling naar Los Angeles terug.Daar overleed hij afgelopen dinsdag op negentigjarige leeftijd.
C.P. Vincentius
Zondag, 22 januari 2012
BLOTTOMOTTO 22 JANUARI 2012
Genieten
Tot een half jaar na het vertrek van de illegale Senegalese geniet hij nog van datgene rondom hem, wat herinnert aan de drie maanden innig en intiem samenzijn, die zo plotseling begon en ook zo plotseling een einde had.
Tot een half jaar na het vertrek van de illegale Senegalese geniet hij nog van datgene rondom hem, wat herinnert aan de drie maanden innig en intiem samenzijn, die zo plotseling begon en ook zo plotseling een einde had.
Zaterdag, 21 januari 2012
YOUTUBE FAVORIET 21 JANUARI 2012
deze kop>in blok >kopiëren> plakken youtube:
Pharoah Sanders - The creator has a master plan - 1986, Frankfurt
Pharoah Sanders & John Hicks - Frankfurt 1982
Met de aanduiding is iets mis. Of het is 1986 óf het is 1982. Met de muziek is niks mis. Beide clips op youtube bieden een Pharao Sanders in topvorm, begeleid door Jon Hicks, die op een fantastische manier begeleidt, inspireert en volgt. Wie het over avant-garde of freejazz heeft, denkt misschien in termen van wilde losgeslagen muziek. Dat is dit zeker niet. Dit is prachtige lyrisch/ meditatieve muziek, waarbij Sanders de luisteraar meevoert op zijn zoektocht. Sanders is bekend door zijn gebruik van boventonen, en harmonische en multifonische technieken op de saxofoon. Na een tijd in rhythm and blues bands gespeeld te hebben verhuisde Sanders in 1961 naar New York City. Zijn bijnaam "Pharoah" kreeg hij van Sun Ra, met wie Sanders samen optrad. Toen hij in 1965 bij de band van John Coltrane ging spelen trad Sanders meer voor het voetlicht. John Coltrane begon op dat moment, in de voetsporen van Albert Ayler, Ra en Cecil Taylor meer de richting van de avant-garde jazz uit te gaan. Sanders speelde voor het eerst samen met Coltrane op diens Ascension (opgenomen in juni 1965), en daarna op hun befaamde opname met twee tenorsaxofoons Meditations (opgenomen in november 1965). Daarna speelde Sanders in het laatste kwintet van Coltrane, waar hij vooral lange, dissonante solo's bracht. Hoewel de stijl van Sanders zich op een andere manier ontwikkelde dan bij Coltrane, werd hij toch sterk beïnvloed door zijn samenwerking met deze laatste. Spirituele elementen zoals het 'chanten' op de klank Om zouden later ook in het werk van Sanders zelf veelvuldig opduiken. Sanders begon ook veel free jazz te maken, waarbij hij vaak herwerkingen maakte van het solo-gerichte uitgangspunt van Coltrane. In 1968 werkte hij mee aan het album Communications van de JCOA (Jazz Composer's Orchestra Association) van Mike Mantler en Carla Bley, net als Cecil Taylor, Don Cherry, Larry Coryell en Gato Barbieri. Tijdens de jaren zeventig nam hij vooral eigen albums op, maar hij bleef samenwerken met muzikanten zoals Alice Coltrane, op wiens album Journey In Satchidananda hij te horen is. Na de jaren zeventig, begon Sanders' geëngageerde en soms politiek getinte free jazz minder populair te worden. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig experimenteerde Sanders met verschillende stijlen, waarbij echo's van modale jazz en hard bop te horen waren. Gedurende de jaren tachtig bracht hij maar een beperkt aantal albums uit. Nu freejazz weer in de belangstelling komt, treed hij weer regelmatig op.
Pharoah Sanders - The creator has a master plan - 1986, Frankfurt
Pharoah Sanders & John Hicks - Frankfurt 1982
Met de aanduiding is iets mis. Of het is 1986 óf het is 1982. Met de muziek is niks mis. Beide clips op youtube bieden een Pharao Sanders in topvorm, begeleid door Jon Hicks, die op een fantastische manier begeleidt, inspireert en volgt. Wie het over avant-garde of freejazz heeft, denkt misschien in termen van wilde losgeslagen muziek. Dat is dit zeker niet. Dit is prachtige lyrisch/ meditatieve muziek, waarbij Sanders de luisteraar meevoert op zijn zoektocht. Sanders is bekend door zijn gebruik van boventonen, en harmonische en multifonische technieken op de saxofoon. Na een tijd in rhythm and blues bands gespeeld te hebben verhuisde Sanders in 1961 naar New York City. Zijn bijnaam "Pharoah" kreeg hij van Sun Ra, met wie Sanders samen optrad. Toen hij in 1965 bij de band van John Coltrane ging spelen trad Sanders meer voor het voetlicht. John Coltrane begon op dat moment, in de voetsporen van Albert Ayler, Ra en Cecil Taylor meer de richting van de avant-garde jazz uit te gaan. Sanders speelde voor het eerst samen met Coltrane op diens Ascension (opgenomen in juni 1965), en daarna op hun befaamde opname met twee tenorsaxofoons Meditations (opgenomen in november 1965). Daarna speelde Sanders in het laatste kwintet van Coltrane, waar hij vooral lange, dissonante solo's bracht. Hoewel de stijl van Sanders zich op een andere manier ontwikkelde dan bij Coltrane, werd hij toch sterk beïnvloed door zijn samenwerking met deze laatste. Spirituele elementen zoals het 'chanten' op de klank Om zouden later ook in het werk van Sanders zelf veelvuldig opduiken. Sanders begon ook veel free jazz te maken, waarbij hij vaak herwerkingen maakte van het solo-gerichte uitgangspunt van Coltrane. In 1968 werkte hij mee aan het album Communications van de JCOA (Jazz Composer's Orchestra Association) van Mike Mantler en Carla Bley, net als Cecil Taylor, Don Cherry, Larry Coryell en Gato Barbieri. Tijdens de jaren zeventig nam hij vooral eigen albums op, maar hij bleef samenwerken met muzikanten zoals Alice Coltrane, op wiens album Journey In Satchidananda hij te horen is. Na de jaren zeventig, begon Sanders' geëngageerde en soms politiek getinte free jazz minder populair te worden. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig experimenteerde Sanders met verschillende stijlen, waarbij echo's van modale jazz en hard bop te horen waren. Gedurende de jaren tachtig bracht hij maar een beperkt aantal albums uit. Nu freejazz weer in de belangstelling komt, treed hij weer regelmatig op.
BLOTTOMOTTO 21 JANUARI 2012
Statisticus
Na zijn definitieve hartaanval sprong het dodental van 0,25 naar 1.
Na zijn definitieve hartaanval sprong het dodental van 0,25 naar 1.
Vrijdag, 20 januari 2012
Waancirkel
Waar het geluid vandaan kwam, bleef onduidelijk. Langzaam, veel te langzaam werd Jos wakker en besefte tegelijkertijd dat hij niet wakker wenste te worden. Niet op deze manier. Traag opende hij zijn ogen. Het schemerige, indirecte licht was voldoende om een felle pijnscheut van wenkbrauw naar wenkbrauw te jagen. Zijn blik lodderde even rond eer hij zijn ogen sloot. Toen hij zijn hoofd keerde, had hij het gevoel dat zijn hersenpan gevuld was met versplinterd glas dat rumoerig meedraaide op de beweging. Stilliggen en diep doorademen. Zelfs dat laatste bracht een scherpe reactie in zijn schedel teweeg. Hij aanvaardde het geluid, zonder te weten wat het was, of waar het vandaan kwam. Hij ontspande en sliep snurkend verder, mond wagenwijd open.
Uren later probeerde hij het opnieuw. Nog steeds hoorde hij het geluid. Hij keek op, ondanks dat die beweging meteen met pijnscheuten werd afgestraft. Hij draaide zijn hoofd en keek in een blote kont, in een achterwerk met twee massale billen. Hij richtte zich op en overzag zijn situatie. Naast hem in een groot tweepersoonsbed lag een dikke naakte vrouw in onnatuurlijke X-vorm, armen en benen gestrekt en met het achterwerk als basispunt van de X. De kamer was in lichtroze en lichtbruine tinten gehouden. Er kierde wat licht langs een opgeschoven gordijn. Hij had met zijn neus pal naast het achterwerk van de vrouw gelegen. Het geluid was niet van haar adem afkomstig. Hij rook het na-effect. Het was een verschrikkelijke lucht van verrotting en hij voelde zijn maag omhoogkomen. Hij braakte over nachtkastje en lampje en over damesschoenen die aan zijn kant van het bed stonden. Toen hij zijn ingewanden grondig had geleegd, stond hij op en strompelde weg van het bed met een huiver dieper dan alleen de kou van zijn naaktheid. Zijn kleren en schoenen lagen bij het voeteneinde. Hij kleedde zich aan. De enige deur in de kamer kwam uit op een gang, waar diverse figuren lagen te slapen, sommigen op de grond en een man in een stoel. Zijn aderen klopten in zijn hoofd en een nieuwe golf van misselijkheid diende zich aan. De figuur die hij onder braaksel bedolf, richtte zich even op, kreeg blijkbaar niet door dat broek en schoenen onder vers braaksel zaten en zakte weg in diepe slaap. Jos keerde terug naar de kamer, in de smerige verbruikte lucht en probeerde een raam open te maken. Tijdens het wrikken aan de raamknop viel hem op hoe warm het in de kamer was. De radiator gloeide. Het raam zwaaide open en hij keek in een nacht waar de sneeuw vrij spel had en zich alleen in de lichtcirkel van een straatlantaarn liet vangen. Hij schatte de afstand naar de begane grond. Minstens drie etages.
De buitenlucht was vloeibaar koud en beet. Hij haalde diep adem en voelde de kou scherp naar binnen gaan. Onwillekeurig trok hij zijn hoofd terug, voor hij opnieuw uit het raam boog, links en rechts kijkend. Veel helderheid verschafte dat niet. Nergens zag hij een aanknopingspunt, dat aangaf waar hij verbleef of bij wie. Achter zich hoorde hij de adem van de vrouw veranderen, terwijl haar lichaam draaide en zich uitstrekte. Hij keek naar een forse vrouw waarvan alles groot was. Ze lag schaamteloos met haar benen wijd, het linkerbeen opgetrokken. Ze snurkte verder. Haar kleren lagen aan haar kant van het bed, samen met een grote linnen handtas. Naast haar hoofdkussen lag een felrode vibrator, bekleed met een morsig ogende condoom.
Hij rilde. Het raam stond wagenwijd open. Hij liep langs het bed en opende een tweede raam. De lucht in de kamer was na een nieuwe reeks winden van de vrouw niet meer te harden. Ook het uitzicht van het tweede raam maakte over de straat of over de plaats van het huis niet meer duidelijk. Geen hoek van de straat, geen straatnaambord, geen geparkeerde auto’s, alleen sneeuw die gestaag en massaal daalde. Hij liet de ramen tegen elkaar openstaan en ging opnieuw de gang op. Er was een deur. Alle muren en het plafond waren met hetzelfde behang beplakt, alsof het een Frans plattelandshotel betrof. Tegen een van de wanden leunde een zwaarlijvige man in een leunstoel. Hij sliep als een blok. Achter hem liep een diepe naad door het behang, naar een deurklink, die Jos in eerste instantie over het hoofd had gezien. Hij pakte de man met beide handen bij zijn rechterschouder en rukte het slappe lichaam van de stoel. De man schoof uit de stoel en draaide een slag op de grond eer hij daar bleef liggen. Hij sliep verder. Jos zette de stoel naast de slaper neer en rukte aan de deurklink. Op slot. Het was een degelijke deur met twee dunne en rechthoekige panelen. Op de gang lagen in totaal vier personen te slapen. Een der panelen intrappen zou teveel lawaai maken. Hij tastte zijn zakken af. Zijn portemonnee met identiteitskaart en bankpasjes was weg. In zijn rechterzak vond hij zijn zakmes. Hij ritste het vlijmscherpe lemmet een aantal keren op en neer over het dunste deel van het onderste paneel, tot het mes door het hout ging. Zo werkte hij ijverig de omtrek van het paneel af, tot dit nog maar aan twee punten vastzat in de deur. Voorzichtig maakte hij de bovenste verbinding los en wrikte het losse paneel naar zich toe, waarbij de laatste verbinding afbrak. Hij tastte in het duister naar de andere kant van het slot. Geen sleutel. Voorzichtig wrong hij zich door het splinterige gat en tastte de muren af op de plek waar hij een schakelaar vermoedde. Hij stak zijn zakaansteker aan. De slaapkamer waar hij stond oogde kleiner dan die van het weinig opwindende windende naakt. Er lagen twee menselijke figuren op de grond, een man en een vrouw. Hun naakte lichamen waren overdekt met donkerrode puntjes. Boven beider navel gaapte een cirkelvormige snede die langdurig en overvloedig had gebloed. Er lagen lege drankflessen naast het paar en twee keukenmessen, bebloed en bedekt met handafdrukken. Ook hier gloeide de radiator in een kleine ruimte en stonk het naar bedorven vlees. Het vlammetje van zijn aansteker ging trillen in zijn hand en doofde vervolgens langzaam uit. In het duister groeide paniek in hem en wrong hij zich gehaast terug naar de gang met de vier slapers.Zijn ogen speurden de wanden af, op zoek naar nog meer deuren, Niets wees er op dat er nog een deur zou zijn. Hij ging terug naar de slaapkamer. Beide openstaande ramen hadden de gore warme lucht verjaagd. Het was ijskoud en sneeuw had zich op de vensterbank neergevleid. De weelderige vrouw sliep door ondanks de koude, zonder laken of deken, zonder te rillen. Hij keek in haar handtas. Een groot polytechnisch woordenboek met harde kaft, een bijna even grote agenda, een manicureset, een klein bus hairspray, een kleine bus deodorant, een parfumverstuiver en een groot mes in een leren schede, een bowiemes met gekartelde rand. Hij liet het lemmet ervan langs zijn duim glijden, vlijmscherp. Het handvat was met linnentape beplakt om meer greep te krijgen. Hij wilde net aan de uitpuilende binnenvakjes van de tas beginnen, toen de vrouw kreunde en zich op haar zij draaide. Even leek het of ze haar ogen in halfslaap opende, toen sliep ze verder met een lichte kreun in haar ademhaling. Hij zette de tas naast het bed, sloot beide ramen en liet alleen de leeslamp aan zijn kant van het bed aan. De agenda was van Mina Sandland, haar adres, geboortedatum en beroep stonden keurig op de eerste pagina van de agenda.Of het allemaal klopte was een ander verhaal. Er lagen zaken al te nadrukkelijk voor de hand, terwijl andere zaken uiterst vaag bleven. Het was een jaaragenda 2011 met voor elke dag een hele pagina. Tot en met 30 juni stond elke dag volgeschreven met een pietepeuterig handschrift. Kennelijk belangrijke afspraken waren rood omcirkeld. De agenda werd gebruikt als een soort dagboek, gelardeerd met zakelijke afspraken, afspraken met familie, vrienden, kennissen. Op hun beurt stond er bij de afspraken commentaar in een korte zakelijke stijl. Daaruit bleek dat Mina verschillende mensen niet hoog had zitten.
Opnieuw naar de gang, opnieuw door het gat in de deur naar de kamer met de twee lijken, De aansteker van Mina Sandland verspreidde een helder licht, het bowiemes lag vast in zijn rechterhand. Hij vond een lichtknop en romig licht, gedempt door een melkglazen plafonnière onthulde nog een deur. Ook op slot, maar met een slot dat tegen het wrikken met een stalen bowiemes niet bestand bleek. Hij stond een overloop. Overal lagen figuren te slapen, overal lagen lege flessen. Ook hier sloeg de stank en de hitte hem tegemoet. Voorzichtig schuifelde hij de trap af langs snurkende figuren, vaak halfnaakt, sommigen met wit poeder aan hun neusgaten. Het was er hard aan toegegaan. Toen vlak bij de voordeur zag hij Elise zitten. Van haar altijd zo correcte kapsel was weinig over. Ze hing achterover in een met leer beklede leunstoel, naakt. Tussen haar benen lag Rolf. Het doorsnijden van hun keel was snel achter elkaar gebeurd, hun stuiptrekkingen hadden de leunstoel met bloederige vegen bedekt. Zijn schedel was nog steeds gevuld met gebroken glas. Elke beweging leverde hem felle scheuten op. Toch besefte hij wat er gebeurd was, wat er gebeurd moest zijn. Hij liep verdwaasd rond en probeerde deuren tot hij de keuken vond. In het schoonmaakhok vond hij wat hij nodig had. De rest lag in de voorraadkast. Stoelen, een tafelkleed, olijfolie, benzine, aceton, spiritus; een lucifer was voldoende om het trappenhuis in lichterlaaie te zetten. Hij had ramen tegen elkaar open gezet en zag hoe de vlammen omhoog kronkelden. Terwijl hij van het huis wegliep, verdween zijn spoor achter hem in de vallende sneeuw, steeds verder van de oplichtende cirkel in de sneeuwnacht.
Uren later probeerde hij het opnieuw. Nog steeds hoorde hij het geluid. Hij keek op, ondanks dat die beweging meteen met pijnscheuten werd afgestraft. Hij draaide zijn hoofd en keek in een blote kont, in een achterwerk met twee massale billen. Hij richtte zich op en overzag zijn situatie. Naast hem in een groot tweepersoonsbed lag een dikke naakte vrouw in onnatuurlijke X-vorm, armen en benen gestrekt en met het achterwerk als basispunt van de X. De kamer was in lichtroze en lichtbruine tinten gehouden. Er kierde wat licht langs een opgeschoven gordijn. Hij had met zijn neus pal naast het achterwerk van de vrouw gelegen. Het geluid was niet van haar adem afkomstig. Hij rook het na-effect. Het was een verschrikkelijke lucht van verrotting en hij voelde zijn maag omhoogkomen. Hij braakte over nachtkastje en lampje en over damesschoenen die aan zijn kant van het bed stonden. Toen hij zijn ingewanden grondig had geleegd, stond hij op en strompelde weg van het bed met een huiver dieper dan alleen de kou van zijn naaktheid. Zijn kleren en schoenen lagen bij het voeteneinde. Hij kleedde zich aan. De enige deur in de kamer kwam uit op een gang, waar diverse figuren lagen te slapen, sommigen op de grond en een man in een stoel. Zijn aderen klopten in zijn hoofd en een nieuwe golf van misselijkheid diende zich aan. De figuur die hij onder braaksel bedolf, richtte zich even op, kreeg blijkbaar niet door dat broek en schoenen onder vers braaksel zaten en zakte weg in diepe slaap. Jos keerde terug naar de kamer, in de smerige verbruikte lucht en probeerde een raam open te maken. Tijdens het wrikken aan de raamknop viel hem op hoe warm het in de kamer was. De radiator gloeide. Het raam zwaaide open en hij keek in een nacht waar de sneeuw vrij spel had en zich alleen in de lichtcirkel van een straatlantaarn liet vangen. Hij schatte de afstand naar de begane grond. Minstens drie etages.
De buitenlucht was vloeibaar koud en beet. Hij haalde diep adem en voelde de kou scherp naar binnen gaan. Onwillekeurig trok hij zijn hoofd terug, voor hij opnieuw uit het raam boog, links en rechts kijkend. Veel helderheid verschafte dat niet. Nergens zag hij een aanknopingspunt, dat aangaf waar hij verbleef of bij wie. Achter zich hoorde hij de adem van de vrouw veranderen, terwijl haar lichaam draaide en zich uitstrekte. Hij keek naar een forse vrouw waarvan alles groot was. Ze lag schaamteloos met haar benen wijd, het linkerbeen opgetrokken. Ze snurkte verder. Haar kleren lagen aan haar kant van het bed, samen met een grote linnen handtas. Naast haar hoofdkussen lag een felrode vibrator, bekleed met een morsig ogende condoom.
Hij rilde. Het raam stond wagenwijd open. Hij liep langs het bed en opende een tweede raam. De lucht in de kamer was na een nieuwe reeks winden van de vrouw niet meer te harden. Ook het uitzicht van het tweede raam maakte over de straat of over de plaats van het huis niet meer duidelijk. Geen hoek van de straat, geen straatnaambord, geen geparkeerde auto’s, alleen sneeuw die gestaag en massaal daalde. Hij liet de ramen tegen elkaar openstaan en ging opnieuw de gang op. Er was een deur. Alle muren en het plafond waren met hetzelfde behang beplakt, alsof het een Frans plattelandshotel betrof. Tegen een van de wanden leunde een zwaarlijvige man in een leunstoel. Hij sliep als een blok. Achter hem liep een diepe naad door het behang, naar een deurklink, die Jos in eerste instantie over het hoofd had gezien. Hij pakte de man met beide handen bij zijn rechterschouder en rukte het slappe lichaam van de stoel. De man schoof uit de stoel en draaide een slag op de grond eer hij daar bleef liggen. Hij sliep verder. Jos zette de stoel naast de slaper neer en rukte aan de deurklink. Op slot. Het was een degelijke deur met twee dunne en rechthoekige panelen. Op de gang lagen in totaal vier personen te slapen. Een der panelen intrappen zou teveel lawaai maken. Hij tastte zijn zakken af. Zijn portemonnee met identiteitskaart en bankpasjes was weg. In zijn rechterzak vond hij zijn zakmes. Hij ritste het vlijmscherpe lemmet een aantal keren op en neer over het dunste deel van het onderste paneel, tot het mes door het hout ging. Zo werkte hij ijverig de omtrek van het paneel af, tot dit nog maar aan twee punten vastzat in de deur. Voorzichtig maakte hij de bovenste verbinding los en wrikte het losse paneel naar zich toe, waarbij de laatste verbinding afbrak. Hij tastte in het duister naar de andere kant van het slot. Geen sleutel. Voorzichtig wrong hij zich door het splinterige gat en tastte de muren af op de plek waar hij een schakelaar vermoedde. Hij stak zijn zakaansteker aan. De slaapkamer waar hij stond oogde kleiner dan die van het weinig opwindende windende naakt. Er lagen twee menselijke figuren op de grond, een man en een vrouw. Hun naakte lichamen waren overdekt met donkerrode puntjes. Boven beider navel gaapte een cirkelvormige snede die langdurig en overvloedig had gebloed. Er lagen lege drankflessen naast het paar en twee keukenmessen, bebloed en bedekt met handafdrukken. Ook hier gloeide de radiator in een kleine ruimte en stonk het naar bedorven vlees. Het vlammetje van zijn aansteker ging trillen in zijn hand en doofde vervolgens langzaam uit. In het duister groeide paniek in hem en wrong hij zich gehaast terug naar de gang met de vier slapers.Zijn ogen speurden de wanden af, op zoek naar nog meer deuren, Niets wees er op dat er nog een deur zou zijn. Hij ging terug naar de slaapkamer. Beide openstaande ramen hadden de gore warme lucht verjaagd. Het was ijskoud en sneeuw had zich op de vensterbank neergevleid. De weelderige vrouw sliep door ondanks de koude, zonder laken of deken, zonder te rillen. Hij keek in haar handtas. Een groot polytechnisch woordenboek met harde kaft, een bijna even grote agenda, een manicureset, een klein bus hairspray, een kleine bus deodorant, een parfumverstuiver en een groot mes in een leren schede, een bowiemes met gekartelde rand. Hij liet het lemmet ervan langs zijn duim glijden, vlijmscherp. Het handvat was met linnentape beplakt om meer greep te krijgen. Hij wilde net aan de uitpuilende binnenvakjes van de tas beginnen, toen de vrouw kreunde en zich op haar zij draaide. Even leek het of ze haar ogen in halfslaap opende, toen sliep ze verder met een lichte kreun in haar ademhaling. Hij zette de tas naast het bed, sloot beide ramen en liet alleen de leeslamp aan zijn kant van het bed aan. De agenda was van Mina Sandland, haar adres, geboortedatum en beroep stonden keurig op de eerste pagina van de agenda.Of het allemaal klopte was een ander verhaal. Er lagen zaken al te nadrukkelijk voor de hand, terwijl andere zaken uiterst vaag bleven. Het was een jaaragenda 2011 met voor elke dag een hele pagina. Tot en met 30 juni stond elke dag volgeschreven met een pietepeuterig handschrift. Kennelijk belangrijke afspraken waren rood omcirkeld. De agenda werd gebruikt als een soort dagboek, gelardeerd met zakelijke afspraken, afspraken met familie, vrienden, kennissen. Op hun beurt stond er bij de afspraken commentaar in een korte zakelijke stijl. Daaruit bleek dat Mina verschillende mensen niet hoog had zitten.
Opnieuw naar de gang, opnieuw door het gat in de deur naar de kamer met de twee lijken, De aansteker van Mina Sandland verspreidde een helder licht, het bowiemes lag vast in zijn rechterhand. Hij vond een lichtknop en romig licht, gedempt door een melkglazen plafonnière onthulde nog een deur. Ook op slot, maar met een slot dat tegen het wrikken met een stalen bowiemes niet bestand bleek. Hij stond een overloop. Overal lagen figuren te slapen, overal lagen lege flessen. Ook hier sloeg de stank en de hitte hem tegemoet. Voorzichtig schuifelde hij de trap af langs snurkende figuren, vaak halfnaakt, sommigen met wit poeder aan hun neusgaten. Het was er hard aan toegegaan. Toen vlak bij de voordeur zag hij Elise zitten. Van haar altijd zo correcte kapsel was weinig over. Ze hing achterover in een met leer beklede leunstoel, naakt. Tussen haar benen lag Rolf. Het doorsnijden van hun keel was snel achter elkaar gebeurd, hun stuiptrekkingen hadden de leunstoel met bloederige vegen bedekt. Zijn schedel was nog steeds gevuld met gebroken glas. Elke beweging leverde hem felle scheuten op. Toch besefte hij wat er gebeurd was, wat er gebeurd moest zijn. Hij liep verdwaasd rond en probeerde deuren tot hij de keuken vond. In het schoonmaakhok vond hij wat hij nodig had. De rest lag in de voorraadkast. Stoelen, een tafelkleed, olijfolie, benzine, aceton, spiritus; een lucifer was voldoende om het trappenhuis in lichterlaaie te zetten. Hij had ramen tegen elkaar open gezet en zag hoe de vlammen omhoog kronkelden. Terwijl hij van het huis wegliep, verdween zijn spoor achter hem in de vallende sneeuw, steeds verder van de oplichtende cirkel in de sneeuwnacht.
BLOTTOMOTTO 20 JANUARI 2012
Rauwer dan rouw
Stilte is eerder ruimte dan leegte. 't Huwelijk was nooit saai, met die geweldig lange en hevige ruzies, waar de kinderen bij waren. Aan het eind van de avond in de aula schroeft ze de kist met vaste hand dicht. Klaar voor de crematie.
Stilte is eerder ruimte dan leegte. 't Huwelijk was nooit saai, met die geweldig lange en hevige ruzies, waar de kinderen bij waren. Aan het eind van de avond in de aula schroeft ze de kist met vaste hand dicht. Klaar voor de crematie.
Woensdag, 18 januari 2012
YOUTUBE FAVORIET 18 JANUARI 2012
deze kop>in blok >kopiëren> plakken youtube:
Jimmy Castor Bunch - It's Just Begun
+
Jimmy Castor Bunch - Troglodyte
Jimmy Castor werd op 23 juni 1947 geboren en stierf eergisteren, 16 januari 2012. Eerlijk gezegd kende ik Jimmy Castor alleen van 'Troglodyte', en dat was bovendien een verre vage herinnering. Zowel op 'It's Just Begun' als op 'Troglodyte' pakt Castor lekker uit. Met al die verzamelde percussie lijkt het Santana wel en ook de overdrive gitaar roept de man van Oye Como Va in gedachten. Het is uitermate lekker swingende partymuziek van puike kwaliteit. 'Dracula' was duidelijk wat minder, maar met deze twee heeft Jimmy Castor zich effectief vereeuwigd. Let ook op het gitaarwerk op 'Troglodyte'; men kent de effectpedalen en verzuimt niet deze te gebruiken.
Jimmy Castor Bunch - It's Just Begun
+
Jimmy Castor Bunch - Troglodyte
Jimmy Castor werd op 23 juni 1947 geboren en stierf eergisteren, 16 januari 2012. Eerlijk gezegd kende ik Jimmy Castor alleen van 'Troglodyte', en dat was bovendien een verre vage herinnering. Zowel op 'It's Just Begun' als op 'Troglodyte' pakt Castor lekker uit. Met al die verzamelde percussie lijkt het Santana wel en ook de overdrive gitaar roept de man van Oye Como Va in gedachten. Het is uitermate lekker swingende partymuziek van puike kwaliteit. 'Dracula' was duidelijk wat minder, maar met deze twee heeft Jimmy Castor zich effectief vereeuwigd. Let ook op het gitaarwerk op 'Troglodyte'; men kent de effectpedalen en verzuimt niet deze te gebruiken.
BLOTTOMOTTO 18 JANUARI 2012
Jachtinstinct
Na herstel van een levensbedreigende buikwond nam hij de konijnenjacht op zelfgemaakt schoeisel te Oost-Groningen aarzelend op en mikte af en toe opzettelijk naast.
Na herstel van een levensbedreigende buikwond nam hij de konijnenjacht op zelfgemaakt schoeisel te Oost-Groningen aarzelend op en mikte af en toe opzettelijk naast.
Dinsdag, 17 januari 2012
YOUTUBE FAVORIET 17 JANUARI 2012
deze kop>in blok >kopiëren> plakken youtube:
Bill Ramsey - Der Wind ruft Mary.mpg
Absurditeit of rariteit, wie zal het zeggen. 'The Wind cries Mary' de prachtige introverte ballad van Jimi Hendrix, vertolkt door Bill Ramsey, in het Duits. Voor de grap deed je dat indertijd wel eens: Erdberenfelder Für Immer(Strawberryfields for ever). Slappe taalgrappen om de achternamiddag door te komen. Jeneverketel(You never can tell van Chuck Berry), Ed naait de kuttenclub(A Night at the Cotton Club). Puberflauwekulgrappen en wat dan nog? Maar dit ding van deze Bill Ramsey is ook nog serieus bedoeld. Dezelfde Amerikaan Bill Ramsey die begin zestiger jaren triomfen vierde in Duitsland met knipoogliedjes als Pigalle(das ist der grosse Mausefalle) en later countryliedjes vertolkte, was na zijn miltaire diensttijd in Duitsland blijven hangen, net als andere Amerikanen als Billy Mo(Ich kauf mir lieber ein Tiroler Hut) en Chris Howland(Fraulein). Er waren muziekfilmen vol opgefokte 'fröhlichkeit' van een soort dat zondagmiddag nog wel eens op de Duitse televisie te bewonderen is, ten teken hoever wansmaak kan gaan, net als deze 'vertolking'.
(Pagina 1 van 69, totaal 1022 artikelen)
volgende pagina »



Reacties